Utrecht Manifest

timeline
update
UM1 - 06 juni 2014

‘We wilden vooral vragen stellen’ - Tim Vermeulen over Utrecht Manifest 1

Als projectleider van de eerste editie stond Tim Vermeulen aan de wieg van Utrecht Manifest. We blikken samen met Vermeulen terug op de begindagen, toen Utrecht Manifest nog niet biënnale voor social design heette, maar voor ‘geëngageerde vormgeving’.
×

‘We wilden vooral vragen stellen’ - Tim Vermeulen over Utrecht Manifest 1

Als projectleider van de eerste editie stond Tim Vermeulen aan de wieg van Utrecht Manifest. We blikken samen met Vermeulen terug op de begindagen, toen Utrecht Manifest nog niet biënnale voor social design heette, maar voor ‘geëngageerde vormgeving’.

Als beginpunt van de geschiedenis van Utrecht Manifest wordt vaak de tentoonstelling 'Nu. Pastoe 90 jaar' in het Centraal Museum, Utrecht, in 2004 genoemd, die gecureerd werd door Guus Beumer en Gert Staal. Ontstond daar het idee van een Utrecht Manifest als een samenwerkingsverband van het Centraal Museum en Pastoe?

De oorspronkelijke vraag kwam bij Pastoe vandaan. Daar speelde het verlangen om, in de aanloop naar het honderdjarig bestaan van Pastoe in 2013 – dus tien jaar na ‘Nu. Pastoe 90 jaar’ – ieder jaar een evenement te organiseren. Mijn advies was omdat niet te doen, maar om er een biënnale van te maken die over meer dan Pastoe ging. Pastoe nam me in dienst om het op te zetten – maar de wens om het samen met het CM te doen speelde vanaf het begin.

‘Nu. Pastoe 90 jaar’ draaide om de modernistische traditie waarin Pastoe zich positioneerde. Guus Beumer en Gert Staal hebben die op een hele mooie manier verbonden met wat er nu – toen dus – gebeurde. Ik wilde zelf heel graag ook de sociale dimensie van het Modernistische gedachtengoed laten zien. Die twee kanten vormden de aanleiding voor Utrecht Manifest: Het was een poging om te laten zien waar design meer voor kon staan dan alleen maar vorm. Zo kwamen we tot het idee van een biënnale voor geëngageerde vormgeving – in het Engels werd dat ‘biennial for conscientious design’ – georganiseerd rond de vraag hoe je, lerende van de geschiedenis, het gesprek aan kunt gaan over welke rol vormgeving nu kan spelen in de maatschappij. Het plan werd al vrij snel om vijf edities te maken waarbij de eerste een soort prelude zou zijn, een poging om het gesprek open te breken. Wij wilden vooral vragen stellen.
↬ NU. 90 Jaar Pastoe

Hoe kwam het programma tot stand? Kunt u iets vertellen over de verschillende tentoonstellingen?

De eerste Utrecht Manifest was behelpen. Er was nog niks, behalve ‘Nu. Pastoe 90 Jaar’. Gert Staal vormde dan ook een belangrijke gesprekspartner voor mij in de eerste editie. Er waren eigenlijk twee inhoudelijke redacties. Een deel liep via het bestuur waar met name Ida van Zijl, Siebe Tettero (beiden Centraal Museum, respectievelijk curator en hoofd tentoonstellingen, red.) en Harm Scheltens (toenmalig directeur Pastoe, red.) inhoudelijke input leverden - aangevuld door Gert en mij. Verder was ik met het team verantwoordelijk voor een coherent programma. Gert nam daarin bepaalde onderdelen voor zijn rekening, en was niet in de laatste plaats een inhoudelijk geweten. Zijn input en feedback was echt onmisbaar. Dat is uiteindelijk ook mooi zichtbaar geworden: Gert schreef een prachtige inleidende tekst, stelde samen met mij het Symposium samen en cureerde met Guus Beumer en Lisette Smits ‘Now & Again’ – een soort vervolg op ‘Nu’. Gert zorgde voor de verbinding tussen ‘Nu’ en de eerste Utrecht Manifest.

In de praktijk ontstond het programma in dialoog. Het was bijvoorbeeld Harm die opperde om een overzichtstentoonstelling van werk van Maarten van Severen die in Gent stond over te nemen. Uiteindelijk hebben we die tentoonstelling in samenspraak met de zoon van Maarten aangepast. Van Severen paste natuurlijk goed bij ons verhaal van de erfenis van het modernisme, en ook bij Pastoe, een bedrijf dat haar faam dankt aan een modernistische vormentaal. In lijn daarmee werd er ook een programma bedacht naar aanleiding van het vijftigste sterfjaar van Gerrit Rietveld. Op instigatie van Ida van Zijl kwam er een tentoonstelling rond de objecten en projecten van de Braziliaanse ontwerpers Humberto en Fernando Campana, waarin noties als engagement en maakbaarheid op een hele andere manier ter sprake komen. De tentoonstelling ‘Choice’ kwam voort uit onze wens om de lijnen uit te leggen met het bedrijfsleven. De bedoeling was om Stefano Marzano, Chief Creative Director en CEO van Philips Design, een expositie te laten cureren. Toen dat niet haalbaar bleek heeft Ed van Hinte in samenspraak met Marzano – en vanuit Marzano’s filosofie dat verandering bij de consument begint – een charmante tentoonstelling gemaakt, waar de bezoeker doorheen manoeuvreert door steeds te moeten kiezen tussen twee verschillende producten of objecten. ‘Now & Again’, gecureerd door Gert Staal, Guus Beumer en Lisette Smits, verzamelde eigenlijk voorbeelden van hoe een nieuwe generatie ontwerpers zich spiegelde aan, maar ook afzette tegen, de erfenis van het modernisme.

Hoe om te gaan met de erfenis van het modernisme, was dat een belangrijke vraag voor jullie?

Voor Gert en mij zeker. Juist vanwege het vaak verguisde maakbaarheidsideaal. Het postmodernisme wilde het kind met het badwater weggooien, terwijl het heel mooi is als je het ideaal schept dat de samenleving maakbaar is – vooral als je dat doet vanuit een humanistische gedachte waarin je het creëren van welvaart voor iedereen als een centrale gedachte ziet. De grond van dat gedachtengoed is onverminderd interessant, zeker voor de ontwerpwereld. Ontwerpers, meer nog dan kunstenaars, zijn een soort van bewakers van de menselijke maat en de menselijke behoefte binnen dat grote industriële systeem. Wij spraken overigens nog niet over ‘social design’, maar over geëngageerde vormgeving. In social design wordt ontwerp ingezet als een vorm van agency voor sociale innovatie. Dan gaat het niet over het resultaat van ontwerpen, maar ontwerpen als activiteit of als werkwijze die gesprek entameert, anders-denken faciliteert, et cetera. Ons begrip van geëngageerd vormgeving was breder, en omvatte bijvoorbeeld ook de rol van ontwerp op gebruiksculturen.

Het was een van de centrale vragen in de conferentie die we organiseerden: ‘What Crisis? Design and Society in Times of Confusion’. Omdat het modernisme bij uitstek een periode was waarin de ontwerpwereld, de maakindustrie, en de cultuurwereld niet als afgebakende terreinen golden, maar als één ding, één gebied gezien werden. Met Utrecht Manifest wilden wij een brug slaan tussen het culturele en economische denken, die twee van elkaar segregeren. Dat zie je terug in het programma van de conferentie, met sprekers zoals Ewald Breunesse, Manager Energietransitie bij Shell en Stefano Marzano, Chief Design Officer bij Phillips. Onze insteek was dat de maatschappij niet een geïsoleerd veld is, maar een plek waar andere cirkels op ingrijpen en mee overlappen. Vanuit die cirkels – de ontwerpwereld, de maakindustrie, en de cultuurwereld – was er eigenlijk maar weinig aandacht voor dat centrum. In onze optiek waren die plekken van overlap juist het interessantst. Daarom probeerden wij nadrukkelijk in het centrum het gesprek met verschillende partijen te entameren.

‘What Crisis?’ – Vanwaar die titel?

Je proeft in de titel – en in de ondertitel ‘Design and Society in Times of Confusion’ – dat het echt een andere tijd was. Nu zijn dingen helderder, toen waren er vooral vraagtekens. Er was natuurlijk nog geen crisis, toch dachten Gert en ik: Dit kan niet goed gaan, dit gaat ontploffen. Het tijdsbeeld werd bepaald door grote economische voorspoed, de economie stond in bloei, er werd heel veel geld gemaakt. Tegelijk bekroop ons het gevoel: Jeetje, waar gaat het nu over? We plegen roofbouw op de natuur en voor zingeving was geen plek. Het voelde als een soort piramidespel. Als ik erop terugkijk, denk ik dat we met ‘What Crisis?’ echt anticipeerden op de crisis van 2008. Die ging over de ineenstorting van het model maakbare samenleving en het welvaartsmodel dat we met zijn allen hebben bedacht. Dat is eigenlijk precies wat wij voelden aankomen tijdens de voorbereiding van Utrecht Manifest 2005. Wij zagen de eerste kleine scheurtjes ontstaan.
Op een abstracter niveau wilden we ook dat soort subcategorieën in designwereld bevragen. Wij stelden vast dat er een soort spagaat ontstond in die ontwerpwereld, met aan de ene kant de Stefano Marzano’s en de Philipsen van deze wereld en aan de ander kant de geëngageerde ontwerpers die zich afzetten tegen het corporate gebeuren. In onze optiek zijn dat schijnbare tegenstellingen, die ten onrechte ontzettend tegen elkaar uitgespeeld werden – en worden – in Nederland. Gaat het niet over precies hetzelfde; het verbeteren van de maatschappij, de wereld?

Je stond aan de wieg van Utrecht Manifest. Wat had er achteraf beter gekund?

Ik had graag een duidelijke hoofdtentoonstelling gezien met een paar kleintjes er omheen. Uiteindelijk werden het drie grote tentoonstellingen en twee wat minder grote erbij. Dat was een kwestie van evenwicht zoeken tussen de twee locaties: het Centraal Museum en Pastoe. Als een eerste editie was het misschien een beetje te veel van het goede. Heel veel energie gaat zitten in het managen van al die producties, terwijl ik ook juist een soort routekaart wilde uitstippelen voor komende edities. Niet inhoudelijk, maar wel qua doelstellingen en ijkpunten. Helaas bleek dat lastig. Het Centraal Museum was voorzichtig – die wilden toch eerst even kijken wat de eerste zou brengen voor ze zich committeerden aan volgende edities. Terwijl dat nu juist de bedoeling was: niet één editie, maar vijf. Hun positie is natuurlijk begrijpelijk, maar desalniettemin was het voor ons lastig werken, want er waren twee snelheden.

Zelf was ik erg blij met de combinatie van het symposium en het lezingenprogramma aan de ene kant en de tentoonstellingen aan de andere. Ook in de ontwerpwereld werd er over gesproken. Jammer genoeg kreeg het publiek de verbinding tussen die twee zaken niet altijd mee. Het blijft een worsteling. In de tweede editie heeft Ed Annink juist aan dat aspect willen werken: de boodschap overbrengen aan het grote publiek. Voor mijn gevoel heeft hij daarbij net iets te veel inhoud opgeofferd – maar dat was een duidelijk keuze met het oog op zijn doelstelling.

Wel jammer vind ik dat we er in mijn tijd niet in geslaagd zijn om een structurele organisatorische en financiële infrastructuur neer te zetten. Maar misschien is het te ambitieus om te pionieren en tegelijk al zaken structureel klaar te maken. Mij stond een organisatie voor ogen naar model van Casco, een onderzoekende culturele instelling met een kleine kernorganisatie, die in ons geval tijdens een biënnale wat zou kunnen uitdijen. Helaas is dat niet gelukt en moest Utrecht Manifest zich bij elke editie opnieuw uitvinden. Elke curator of intendant begon weer opnieuw en moest zelf weer een structuur opbouwen om de editie te organiseren.

Deel via:

Twitter Facebook