Utrecht Manifest

timeline
update
UM5 - 26 juni 2015

UM slotmanifestatie 26 juni 2015

Dromen of niet dromen, dat is de kwestie

Na tien jaar kwam er op 26 juni officieel een einde aan het programma van Utrecht Manifest, op de plek waar het ooit begon, de Pastoe fabriek in Utrecht. In de oude loods die nu dienst doet als conferentiezaal luisterde op deze warme zomerdag een publiek van rond tweehonderd – van veteranen van het sociaal geëngageerd ontwerpen tot bevlogen jonge wereldverbeteraars – naar antwoorden en vervolgvragen op het centrale thema van Utrecht Manifest: hoe draagt de ontwerper bij aan een betere wereld? Met de geur van vers gebouwde kasten als een subtiel parfum op de achtergrond, zoomde een rij sprekers het weefsel van vragen, antwoorden en de discussie daartussen af, dat het afgelopen decennium was gesponnen uit de tentoonstellingen, debatten en publicaties van vijf biënnales voor Social Design.
update
UM5 - 06 juni 2014

Het ontwerp van het sociale - Een gesprek over social design tussen Henk Oosterling en Nynke Tromp

Waar het in het jonge vakgebied van social design vaak aan ontbreekt, is een scherpe visie op wat nu de unieke bijdrage van de ontwerper zou moeten zijn. Dat stellen filosoof-activist Henk Oosterling en sociaal ontwerper-onderzoeker Nynke Tromp vast in vurig tweegesprek over de verhouding van ontwerp en maatschappij.
update
UM5 - 06 juni 2014

Designing the Social - A Discussion on Social Design between Henk Oosterling and Nynke Tromp

There is one thing that the philosopher and activist Henk Oosterling and the social designer cum researcher Nynke Tromp agree on without any reservation: the recently developed field of social design still lacks is a clear perception of just what the designer’s unique contribution should be.
update
UM5 - 05 juni 2014

Facing Papanek

The program of the kick-off event of the 5th edition of Utrecht Manifest in December 2013 may have been a bit too dense, Rosa te Velde writes in her impression of the afternoon. On the other hand, the event made a welcome exception to the rule that social design may exclusively be discussed among designers.
UM1212PreviewIMG2069overview_th.png
update
UM5 - 05 juni 2014

Proposition for a ‘Skeletor Methodology’: The Curious Case of Holmes’ ‘Smart’ Murder Castle

Boris Čučković observes a rupture between the discourse of the creative industries and the critical framing of socio-economic issues in the humanities and social sciences. In this contribution Čučković speculates on the possibility of bringing into view the unchallenged problem-solving premises of contemporary design practice through spooky cases of crime design ingenuity. Surprisingly it is Skeletor, the ultimate villain in Mattel's Masters of the Universe franchise, who acts as Čučković' guide on his speculative expedition through design history.
×

Het ontwerp van het sociale - Een gesprek over social design tussen Henk Oosterling en Nynke Tromp

Waar het in het jonge vakgebied van social design vaak aan ontbreekt, is een scherpe visie op wat nu de unieke bijdrage van de ontwerper zou moeten zijn. Dat stellen filosoof-activist Henk Oosterling en sociaal ontwerper-onderzoeker Nynke Tromp vast in vurig tweegesprek over de verhouding van ontwerp en maatschappij.

Oosterling ziet een rol voor ontwerpers om in de interactie tussen mens en product een omslag van onze ‘radicale middelmatigheid’ naar ‘inter-esse’ te realiseren. Tromp biedt de ontwerper een denkkader om deze relatie vanuit maatschappelijk perspectief vorm te geven. Samen verkennen ze hoe deze twee zienswijzen zich tot elkaar verhouden, en hoe ze het veld markeren van hedendaags social design.

Dit is een verkorte versie van een artikel van Tromp en Oosterling dat eerder verscheen als: ‘Wie denk je wel dat je bent? / Who do you think you are?’, in Dutch Design. Jaarboek 2013.

Nynke Tromp: Veel van de problemen waar we vandaag de dag op maatschappelijk niveau mee geconfronteerd worden, zijn eigenlijk mede veroorzaakt door ontwerpers. Waar we met z’n allen de mist ingegaan zijn, is dat we onze wereld zo hebben ingericht dat diensten en producten voornamelijk de kortetermijn- en persoonlijke belangen van individuen dienen. Met die producten en diensten worden gedragingen uitgelokt en patronen geschapen die op de langere termijn schadelijk zijn voor ons allemaal. Als voorbeeld: te veel en ongezond eten is logisch in een omgeving waar zoet en vet eten gemakkelijker en vaak zelfs goedkoper aangeboden wordt. Dat we daarnaast liften, roltrappen en allerlei bezorgservices hebben ontwikkeld, maakt dat het nauwelijks nodig is om fysiek actief te blijven. Met andere woorden, door de omgeving zo te ontwerpen dat deze goed inspeelt op ons kortetermijn- en persoonlijk belang van comfort, dragen ontwerpers bij aan de obesitas die vandaag zo’n wereldwijd probleem is.

HO: We moeten weer gaan snappen dat een medium een uitdrukking is van een relatie en die relatie als uitgangspunt nemen. Ik noem die ‘state of being’ simpelweg inter-esse: tussen-zijn. De kern van het probleem van de huidige samenleving is onze radicale middelmatigheid. Media – van iPhone tot automobiel – zijn zo frictieloos alomtegenwoordig dat het een natuurlijk gegeven lijkt dat aan onze primaire behoeften beantwoordt. Het medium is ‘the message’ geworden. En dat betekent concreet: het bepaalt in zijn transparante onzichtbaarheid heel ons denken en doen. Het is ons milieu geworden. De zorg voor het milieu moeten we dus breder begrijpen. Als we reflexen willen transformeren tot reflecties in onze relatie tot de dingen, tot onze omgeving, tot ons milieu, dan vergt dat allereerst medialiteracy, maar uiteindelijk ecoliteracy. Dat is de crux van onze Mediale Verlichting. En dit proces kunnen we niet vroeg genoeg beginnen: het begint dus in het onderwijs.

NT: Ik ben het geloof ik niet oneens met die strategie, maar het is wat mij betreft een van de vele. Je kunt namelijk niet verwachten dat mensen zich continu bewust zijn van de effecten van hun handelen op het ecosysteem. Sterker nog, het is de vraag of we willen leven in een wereld waar we continu onze belangen, en die van de samenleving, op korte en lange termijn moeten afwegen voor we een keuze maken te handelen. Worden we nu al niet gek van de ‘fair trade’, ‘eco’, ‘beter leven’ en andere labels? Bovendien is het gevaar van deze strategie dat de complexiteit van ons wereldsysteem teruggebracht dient te worden tot een kwalificatie ‘ja’ of ‘nee’, ‘links’ of ‘rechts’. We maken daarmee niet de betekenis van ons handelen ervaarbaar, maar reduceren het tot een ‘bewuste keuze’, die feitelijk zo bewust dus niet is. We hebben namelijk inmiddels zulke grootschalige systemen met afhankelijkheden gerealiseerd dat de gevolgen van een keuze voor A of B niet te overzien zijn wanneer we even snel een reep chocola willen halen voor bij de koffie.

HO: Mee eens! Maar wat eco-literair onderlegd zijn betekent voor een jongere in de wijk Bloemhof in Rotterdam-Zuid, is anders dan wat het zou kunnen betekenen voor een CEO of de board of directors van een megaconcern. Als iedereen alles continu moet overzien, vergt dit een ondraaglijk alert bewustzijn. Want alles wat je doet is van belang: er is geen restruimte meer in een met zichzelf verknoopt globaal systeem. Het is onmogelijk alle feedbackloops te overzien. Iedere groep individuen heeft zijn eigen schaal. Dus moet reflectie geschaald ontwikkeld worden. En moet de politiek beslissingen nemen die die feedback inzichtelijk maken. Kijk, uiteindelijk is dit een politiek probleem, geen organisatorisch, bedrijfskundig of bestuurlijk probleem. Maar dat we alles uiteindelijk bijvoorbeeld cradle-to-cradle moeten terugploegen in het systeem is evident. De tijd komt dat iedereen denkt ‘joh, wat een randdebiel’, wanneer iemand dat niet doet, dat weet ik zeker.

NT:Jij wilt dus dat iedereen doordrongen is van het besef wat media met hem doet en wat dit voor het systeem, klein of groot, betekent. Maar is dit wel reëel?

HO: Ja… wat is reëel? Ik ben filosoof om daar aan voorbij te gaan. Ik ben activist om dat zo helder en methodisch mogelijk neer te zetten. Gaandeweg wordt dan duidelijk wat realistisch is.

[b]NT:
In mijn optiek is jouw strategie het transformeren van het conflict tussen persoonlijk en collectief belang door dit ervaarbaar te maken. Doordat je de loop kleiner maakt, vergroot je de kans dat mensen hun verantwoordelijkheid nemen: ze ervaren namelijk het effect van hun handelen. Maar ik geloof dat we ook kunnen bouwen aan een wereld waar simpelweg minder conflicten zijn of waarbij we het conflict omzeilen. De crux zit ’m in het vormgeven van gedrag dat vanuit maatschappelijk perspectief wenselijk is en in ieder geval als betekenisvol wordt ervaren. Maar of dit uiteindelijk het ecobesef vergroot, hoeft dan niet altijd het geval te zijn en is ook niet altijd nodig wat mij betreft.

HO: Maar geef eens een voorbeeld dan.

NT: Nou, een goed voorbeeld is het project van een afstudeerder die ik heb begeleid in het kader van mijn onderzoek. In zijn visie was het in de Afrikaanderwijk, die naast jouw wijk Bloemhof ligt, van groot belang dat buren elkaar simpelweg weer gingen erkennen als buurtgenoot. Uiteindelijk, zo was zijn idee, is die erkenning cruciaal voor solidariteit en gezamenlijke zelfredzaamheid in een buurt. Maar omdat mensen collectieve belangen zoals gezamenlijke zelfredzaamheid niet direct als persoonlijk belang ervaren, blijft zelf-geïnitieerd contact tussen buren vaak uit. Zeker als zij een andere culturele of etnische achtergrond hebben. Zijn ontwerp om dit conflict te overkomen, is het platform Solidshare,1 waar mensen kwaliteitstools kunnen lenen, zoals een klopboor, een naaimachine of een busje. Deze tools worden door de betrokken woningcorporatie(s) aangeboden, onder de voorwaarde dat bewoners zelf de tools bewaren. Wanneer iemand dus de klopboor wil lenen, kan hij of zij deze boeken via de website, waarna het adres wordt gemaild waar de boor opgehaald kan worden. En dat is natuurlijk het moment waarop de erkenning van de ander als buurtgenoot plaatsvindt. Echter, vanuit het persoonlijke belang om zelfvoorzienend en effectief te zijn.

HO: Mooi. Ja, dat zijn dus ontwerpbenaderingen die haaks staan op het huidige paradigma waarin het gaat om gebruiksvriendelijkheid, of de geijkte marketingboodschap van comfort. Je hebt frictie gerealiseerd in het gebruik, en daarmee dwing je af dat iemand zich verhoudt tot de ander.

NT: Maar de ontwerper heeft het eigenlijke conflict omzeild. De handeling wordt betekenisvol omdat er een persoonlijk belang geadresseerd wordt, terwijl dit niet direct bijdraagt aan zijn of haar ecobesef. Sterker nog, de gebruiker heeft het waarschijnlijk niet eens door dat hij handelt ten goede van de maatschappij!

HO: Eigenlijk raak je hier precies de kern: in de bewuste omgang met tools die je nodig hebt voor skills wordt de intermenselijke relatie centraal gesteld. De transactie is gericht op interactie.

NT: Wat is volgens jou dan de rol van de ontwerper in dit alles?

HO: Social design is het ontwerpen van het sociale. Het is niet zo dat het ontwerp sociaal is. Via media, tools en producten ontwerp je relationele velden, netwerken. Het sociale zit in de connectiviteit, in het verbinden. Social design moet vooral een scenarioachtig karakter hebben: deelnemers in het social design realiseren niet alleen het ontwerp, maar realiseren zich ook wat hun bijdrage aan dat sociale is. Het design heeft tevens een open-source-kwaliteit: als open design laat het toe dat we leren. Het ontwerp krijgt uiteindelijk een plek in een levensstijl. Volgens mij moet de ontwerper daar ook op gericht zijn.

NT: Ik ga mee met het idee dat de ontwerper nadenkt over de relaties die zijn ontwerp bewerkstelligt. De methode waar ik onderzoek naar doe, Vision in Product Design, neemt dit ook als kernuitgangspunt: je ontwerpt nooit een ding, maar de relaties die het bewerkstelligt, of eigenlijk medieert, in termen van techniekfilosoof Peter-Paul Verbeek. Je zal dus als ontwerper moeten nadenken hoe jij wilt dat jouw ontwerp deze relaties realiseert. Maar als ik jou zo hoor, wil jij de verantwoordelijkheid voor de totstandkoming van die relaties vooral bij de gebruiker(s) leggen. Althans, jij ziet design als een open podium waarbinnen mensen hun eigen handelen reflectief vorm gaan geven. Maar ik blijf sceptisch of dit wenselijk en haalbaar is in alles wat we doen, van nagels lakken tot badkamer schoonmaken, en van parkeren tot vakanties boeken. Bovendien heeft design onvermijdelijk invloed zonder dat mensen het doorhebben. Het is aan de ontwerper om deze impliciete invloed op menselijk gedrag verantwoord te richten.

HO: Daarmee zet jij de ontwerper behoorlijk in een ideologische positie! Wie denk je wel dat je bent? Ga je daarmee niet voorbij aan al die mensen die allang bewust bezig zijn hun levensstijl groen te ontwerpen? Er is al heel veel gaande: van geopolitieke acties van Greenpeace tot lokale productie en lokale ruildiensten. In jouw benadering ontneem je mensen de kans om die verantwoordelijkheid weer te ervaren en om te leren.

NT: Ik sluit jouw benadering niet buiten het veld van social design, absoluut niet. Ik ben wellicht realistischer. Ik wil de mens niet idealiseren en daarmee voorbijgaan aan onze gemakzucht. Ik streef dus naar het minimaal sociale in alle design. Ik denk dat we als sociaal ontwerpers onze expertise hierin moeten ontwikkelen. We moeten begrijpen wanneer het transformeren van het conflict, zoals ik jouw benadering noem (en wat jij terecht het maximaal sociale noemt), gepast is, en wanneer het oplossen of omzeilen van het conflict een betere benadering is om maatschappelijk verantwoord gedrag te stimuleren.

HO: Dat is mooi. Door sociaal te definiëren als relationele schaal kunnen we social design afbakenen als vakgebied. Het ‘minimaal sociale’ richt zich op het reflexmatige ecosociale effect van ons handelen, en het ‘maximaal sociale’ richt zich op ecosociaal reflecteren op ons handelen. In de transformatie van radicale middelmatigheid naar inter-esse, verschuift de verantwoordelijkheid van de ontwerper naar de gebruiker. Alles binnen dat spectrum noem ik dan social design.


1 Solidshare was de uitkomst van het afstudeerproject van Amine Rhord, uitgevoerd voor vastgoedontwikkelaar Estrade/Vestia.

Deel via:

Twitter Facebook